Gallery Project 2.0 logo

EN | NL

Robbert Fortgens

10
  • Het werk van Robbert Fortgens vertoont een aantal kenmerken die op het eerste gezicht verwarrend zijn. Hij schildert abstract, maar de persoonlijke stempel op zijn werk is der mate sterk dat niemand zijn doeken met die van anderen zal verwisselen.

    Ze lijken modern maar geleidelijk aan bekruipt de toeschouwer het gevoel dat er archaïsche kracht en in aan het werk zijn die niets met ‘avant-garde’ kunst te maken hebben.Tenslotte ver tonen ze ook nog tekenen van conflict en strijd terwijl ze anderzijds onmiskenbaar de rust en het evenwicht van het monumentale in zich dragen.

    Monumentaliteit associëren we in eerste instantie niet zo met schilderijen maar met het overweldigend grote, met majesteitelijke bergketens of hoog oprijzende pilaren in tem pels en kathedralen waar dan plots een felle lichtstraal in neervalt om helderheid en donker van elkaar te scheiden. Dat laatste beeld geeft ons een sleutel tot deze prachtige doeken en het centrale thema van hun maker. De titanenstrijd tussen het licht en de duisternis is er een van alle tijden. Hij wordt gevoerd tussen de vurige driften en de diepe onrust van de lichamelijkheid en de krachten van het denken, maar eveneens tussen kwaad en goed. In de lange rij van menselijke beschavingen die elkaar opvolgen, tot bloei komen en voor altijd ten onder gaan is dit conflict allesbepalend. Het wordt niet slechts uitgevochten in mythologische verhalen, maar ook op de slagvelden van de wereld en tenslotte moet ieder van ons er zelf mee in het reine zien te komen. Die worsteling duurt een mensenleven lang en definieert daarom ook precies wat menselijk aan ons is.

    Robbert Fortgens toont ons zijn eigen voortgang en wisselende inzichten in schilderijen die elk een stadium op die weg vormen. Samen geven ze de toeschouwer een beeld van een proces dat heet ‘ Hoe word ik wie ik ben” Zeker; Fortgens schilderde ooit stillevens met fraaie peren die je zo van het doek leek te kunnen plukken en sierlijke vrouwenfiguren. Het ontging hem echter niet hoezeer de conventies van een vak, dat het schilderen natuurlijk ook is, een gevangenis kunnen worden en hoe trots op je technische beheersing juist het scheppen van artistieke inhoud en betekenis in de weg kan staan en helder inzicht vertroebelt. Iedereen komt ooit op een tweesprong en moet net als eens de halfgod Herakles, een morele keuze maken die de rest van zijn leven bepaalt.

    Een oude spreuk luidt nu; “de vakman krijgt er elke dag wat bij, de wijze raakt elke dag wat kwijt”. Voor kunstenaars geldt iets soortgelijks en Fortgens koos voor het laatste. Dat ‘ kwijtraken’, dat wezenlijk een zich beperken tot het wezenlijke is, vormt de basis voor zijn abstracte schilderen. Abstractie betekent immers letterlijk ‘verwijderen van”. Fortgens beslissing zou hem enerzijds wegvoeren van de samenleving en haar ambities van status of materieel gewin en anderzijds zijn handen vrij te maken om doen wat hij, naar eigen zeggen, van kindsbeen af al wilde, schilderen wat in hemzelf zat. Z oiets opent nieuwe perspectieven en Fortgens ontdekte al spoedig een reeks tegenstellingen die oude zekerheden deden verbrokkelen en wegvallen. Zeker het duister in de menselijke ziel is vol monsters. Daar huizen de dood, het kwaad, het destructieve en de blinde driften van de erotiek. Anderzijds vormt het ook de grenzeloze energiebron die ons voortdrijft en tot grote prestaties in staat stelt. Zeker; het licht van onbevooroordeeld denken is een groot goed maar loopt tevens het gevaar in steriliteit te verzanden en zo een even grote gruwel te worden als de instincten en de niets ontziende egoïstische passies. De filosoof Spinoza voelde het probleem en opperde dan ook dat denken zélf voor ons een passie zou moeten worden. Jawel, maar een teugelloze, soms zelfs dolgedraaide rede is geen ware synthese tussen de twee uitersten. Bovendien; de uit het duister van het gemoed tot ons komende intuïtie blijkt vaak in staat ons de dingen scherper te doen zien dan het verstand. Niemand heeft voor zulke problemen een definitieve oplossing. Zo moeten we ieder van ons zoeken, niet naar een ongemakkelijke wapenstilstand tussen grote oerkrachten in onszelf en in de samenleving, maar naar een vruchtbare, ja harmonieuze strijd. Wie Fortgens doeken beziet constateert bijna altijd ergens een ‘grens’ of frontlijn waar het licht met kracht uitbreekt op de randen van de vaak rode duisternis. Een andere keer lijken twee symmetrische halen in de verf op het silhouet van een kolossale vogel die zijn vleugels uitslaat.

    Fortgens zelf keerde dus terug naar de artistieke ingevingen van zijn jeugd, hij schildert, en eigenlijk kun je zeggen dat hij op het doek steeds meer ‘aan het licht’ brengt wat hem drijft en bezielt en wie hij zelf is. Nu zou je denken dat dat zijn doeken slechts toeganke lijk zou maken voor mensen die hem heel goed kennen of zeer na staan. Opmerkelijk genoeg slaat hier juist het strikt individuele om in het algemeen menselijke. Dat zijn doe ken steeds meer mensen aanspreken betekent dat er iets in uitgedrukt wordt dat hem met ons verbindt omdat zijn probleem ons probleem is, en zo een universeel iets. Een vreemde paradox want naarmate Fortgens ‘meer zichzelf’ gaat schilderen maakt hij zich steeds minder druk om zijn ‘persoon’, om wat er ‘te bereiken valt’ en wat hij nog kan pres teren. Verder komen in zijn werk betekent nu primair ‘laten gaan’, maar dat is hier exact het omgekeerde van machteloze passiviteit of willoosheid. Forgens is een krachtig man en de sterkte in zijn doeken is gelegen in het feit dat hij als een soort wagenmenner de zwarte en de witte paarden, het licht en het duister voor dezelfde wagen weet te span nen. Zo maakt hij ze dienstbaar aan het spel van van tegendelen dat je in zijn doeken ziet. Heel opmerkelijk is ook dat zijn kleurgebruik steeds beperkter werd en nu bestaat uit rood, zwart wit en een enkele andere tint, terwijl de expressiemogelijkheden in de loop van de jaren alleen maar vergroot werden. Je zou denken dat zulke versobering en de genoemde monumentaliteit tenslotte altijd gepaard gaan met verlies aan dyamiek en dat de bewegingen van de tijd trager en trager zouden worden. Vaak liggen hier verstarring en doodsheid op de loer. Het is daarentegen bij Fortgens de doorleefde en blijvende spanning tussen de turbulente zwart-rode krachten van de afgrond en de zwaarbevochten, t maar steeds tijdelijke, triomf van het licht die zich overal op het doek uitkristalliseert in locale uitbarstingen, abrupte verstoringen en kleine schermutselingen. De verf wringt zich in duizend bochten en het getij van de strijd golft over het hele beeldvlak heen en weer, afhankelijk van hoe wij als toeschouwers onze blik verplaatsen. Zo vormen de doeken stuk voor stuk contradicties zowel in de delen als in het geheel.

    De filosoof Nietzsche zij eens over het innerlijk menselijke conflict; ‘met een boog zo strak gespannen kan men schieten op verre doelen” In dit verband betekent het dat we van de artistieke creativiteit van Robbert Fortgens nog veel kunnen verwachten.

    Tekst Frans Leursen

  • Robbert fortgens zonder titel 1
    Zonder titel
  • Robbert fortgens zonder titel
    Zonder titel
  • Robbert fortgens zonder titel 71
    Zonder titel (52x22x14cm)
  • Robbert fortgens just reading
    Just Reading (120x180cm)
  • Robbert fortgens movements 3
    Movements 3 (180x140cm)
  • Robbert fortgens movements 9
    Movements 9 (130x180cm)
  • Robbert fortgens checking my phone
    Checking My Phone (120x180cm)
  • Robbert fortgens walking in the past
    Walking in the Past (140x140cm)
  • Robbert fortgens nadou
    Nadou (140x230cm)